 | KB tot wijziging van KB tot organisatie van kynologenhulpverleningsteams |
10 SEPTEMBER 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het
koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie van
kynologenhulpverleningsteams
VERSLAG AAN DE KONING Sire, Het
koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, heeft tot
doel het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie van kynologenhulpverleningsteams te wijzigen.
Bij het opstellen van bepaalde uitvoeringsmaatregelen bij ministerieel besluit, heeft de Raad van State
erop gewezen dat bepaalde beginselen bij koninklijk besluit moeten worden vastgesteld (Advies nr. 45.639/2
van 5 januari 2009). De artikelen 1 tot 5 vergen geen commentaar Wat artikel 6 betreft,
herinnert de Raad van State er in zijn advies nr. 46.881/2 van 6 juli 2009 aan dat de niet-retroactiviteit
van bestuurshandelingen gebruikelijk is en dat de retroactiviteit enkel uitzonderlijk kan worden toegestaan,
wanneer deze noodzakelijk is, inzonderheid voor de continuïteit van de openbare dienst of voor de regularisatie
van een feitelijke of rechtelijke situatie en voor zover daarbij rekening wordt gehouden met de eisen
inzake rechtszekerheid en individuele rechten. In de loop van maart 2008 werd een opleiding
tot instructeur in de kynologenhulpverlening georganiseerd. Deze opleiding, die een theoretisch deel,
de opstelling en voorstelling van een opleidingsverhandeling, alsook een applicatietraining omvatte,
werd georganiseerd op basis van de bepalingen van het voornoemde ministerieel besluit, dat toen enkel
als ontwerp bestond. De organisatie van deze opleiding was toen noodzakelijk gelet op het tekort
aan instructeurs in de kynologenhulpverlening waarmee het betrokken milieu geconfronteerd werd. Het
is noodzakelijk, wat het principe van de continuïteit van de openbare dienst betreft en om de situatie
van de nieuwe instructeurs te regulariseren, om de retroactiviteit van het koninklijk besluit tot wijziging
van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie van kynologenhulpverleningsteams, te voorzien
op 1 maart 2008. Het staat vast dat het bevoegde organisme om de opleiding van instructeur in
de kynologenhulpverlening te verzekeren het Federaal Opleidingscentrum, bedoeld door het koninklijk besluit
van 8 april 2003 betreffende de opleiding van de leden van de hulpdiensten, is, of per delegatie de Provinciale
opleidingscentra van de Provincie Henegouwen en van de Provincie Antwerpen. Ik heb de eer te
zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De
Minister van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM
10 SEPTEMBER
2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie
van kynologenhulpverleningsteams ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn
en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op de wet van 31 december 1963 betreffende de Civiele
bescherming, artikel 2; Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 20 maart
2009; Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Ambtenarenzaken van 4 mei 2009; Gelet
op het protocol nr. 165/13 van 14 mei 2009 van het gemeenschappelijk Comité voor alle overheidsdiensten; Gelet
op het advies 46.881/2 van de Raad van State, gegeven op 6 juli 2009, met toepassing van artikel 84,
§ 1, eerste lid, 1°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Op
de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, Hebben Wij besloten en besluiten Wij
: Artikel 1. Artikel 8 van het koninklijk besluit van 11 oktober 2002 tot organisatie van kynologenhulpverleningsteams
wordt vervangen als volgt : « Art. 8. De opleiding van hulphondengeleider omvat twee theoretische
opleidingsmodules en drie praktische opleidingsmodules. Het slagen voor het examen met betrekking
tot een module geeft aanleiding tot de toekenning van een slaagattest, hierna certificaat genoemd. Elk
certificaat is vijf jaar geldig, vanaf de datum van de deliberatie van het examen met betrekking tot
de module waarvoor dit getuigschrift het slagen bevestigt. De kandidaat die in het bezit is
van de twee certificaten die het slagen voor de twee theoretische opleidingsmodules bevestigen en van
een certificaat dat het slagen voor één van de drie praktische opleidingsmodules bevestigt, ontvangt
van de instelling die het laatste certificaat uitgereikt heeft, een getuigschrift van hulphondengeleider.
» Art. 2. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord « brevet » vervangen
door het woord « getuigschrift ». Art. 3. In artikel 12 van hetzelfde besluit, worden de woorden
« het getuigschrift » vervangen door de woorden « de certificaten ». Art. 4. Artikel 15 van
hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : « Art. 15. Er wordt een accrediteringskaart uitgereikt
aan de houder van een getuigschrift van hulphondengeleider die voor een federale test is geslaagd. De
federale test wordt eenmaal per jaar door een examencommissie georganiseerd. De test heeft als doel de
operationele capaciteiten van de hulphondengeleider en hun hond te evalueren. De samenstelling
van de examencommissie en de modaliteiten van de organisatie van de test worden bepaald door de Minister
die bevoegd is voor Binnenlandse Zaken. De accrediteringskaart heeft een geldigheidsduur van
twee jaar ». Art. 5. Artikel 26 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een derde lid, luidende
: « De hernieuwing van het getuigschrift van instructeur hangt af van het slagen voor een evaluatieproef
van het seminarie, waarvan de voorwaarden en de modaliteiten bepaald worden door de Minister die bevoegd
is voor Binnenlandse Zaken ». Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 maart 2008. Art.
7. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven
te Châteauneuf-de-Grasse, 10 september 2009. ALBERT Van Koningswege : De Minister
van Binnenlandse Zaken, Mevr. A. TURTELBOOM
Bron: Het Staatsblad
|
|
|
|
| |
Gemiddelde score: 0 Stemmen: 0
| |
|